Waarom wel Jezus en het christendom, maar niet de islam, het hindoeïsme, het boeddhisme of het jodendom? Daar zijn een paar dingen over te zeggen, want er zijn wel een paar aanwijsbare verschillen te vinden.
Zelfverlossing
In de meeste religies ligt de weg naar redding, bevrijding of verlossing uiteindelijk bij de mens: gehoorzamen, verbeteren, loslaten, mediteren, goede daden doen, karma zuiveren, de wet houden of geestelijk ontwaken.
In het jodendom speelt het houden van de wet een grote rol.
In de islam gaat het om geloof, gehoorzaamheid aan Allah en het gewicht van goede en slechte daden.
De boeddhist moet inzien wat het probleem is, begeerte en gehechtheid loslaten en het achtvoudige pad volgen. Uiteindelijk moet de mens ontwaken uit onwetendheid en zo bevrijd worden.
In het hindoeïsme gaat het onder andere om goed karma, het volgen van je dharma -je plicht en religieuze weg- het loskomen van begeerte en gehechtheid aan het tijdelijke leven, en uiteindelijk het bereiken van moksha: bevrijding uit de kringloop van geboorte, dood en wedergeboorte.
Enige nuance
Sommige stromingen kennen wel genade, hulp of toewijding, bijvoorbeeld bhakti in het hindoeïsme of Pure Land-boeddhisme met Amitabha. Maar zelfs dan is het niet hetzelfde als de christelijke kern: God Zelf komt in Christus naar de mens toe, draagt de schuld, sterft, staat op en biedt redding als gave aan. Efeze 2: 8-9 zegt dat redding “niet uit werken” is, maar uit de genade-gave van God.
Kort gezegd: Op het christendom na, moet de mens een weg omhoog gaan. Hij moet iets bereiken, loslaten, verbeteren, gehoorzamen of geestelijk groeien.
Het antwoord: verlossing van buitenaf
Daartegenover staat het christendom. De Bijbel vertelt dat God ziet dat wij onszelf niet kunnen verlossen. De mens heeft zich van God afgekeerd en is in zonde gevallen. Daardoor is er iets kapotgegaan wat wij zelf niet meer kunnen herstellen.
Omdat wij zelf niet meer voor de oplossing kunnen zorgen, heeft God Zelf voor een oplossing gezorgd. Zijn antwoord op ons falen komt niet vanuit ons, maar vanuit Hem.
Je kunt het vergelijken met iemand die van een schip valt. Het schip is te hoog en te glad om terug te klimmen. Bovendien kan een groot schip niet zomaar even stoppen. Je hebt hulp van buitenaf nodig om weer veilig aan boord te komen. Dat lukt je zelf gewoon niet meer.
Dan moet er een reddingssloep komen, of iemand moet een reddingsboei toewerpen met een touw eraan. Het enige wat jij dan nog kunt doen, is je handen uitstrekken en de hulp aannemen.
Zo is het ook met Jezus. Hij is niet gekomen om alleen maar goede raad te geven. Hij is gekomen om te redden.
In het christendom ligt de redding er uiteindelijk niet in dat de mens opklimt naar God, maar in wat God Zelf doet voor de mens. Dat onderscheid het christendom van alle andere godsdiensten.
Jezus is opgestaan
Een tweede groot verschil is dat geen van de andere stichters van wereldgodsdiensten uit de dood is opgestaan. Van Jezus wordt gezegd dat Zijn graf leeg was. Na Zijn kruisdood is Hij verschenen aan Zijn discipelen en later ook aan meer dan vijfhonderd mensen tegelijk.
Hoe dat precies zit, wil ik graag in een ander artikel verder uitwerken. Maar het korte antwoord is: het christelijk geloof rust niet alleen op een leer, maar op een gebeurtenis: de dood en opstanding van Jezus Christus.
Is dit dan niet te smal of te exclusief?
We hebben hierboven gezien dat het christendom uniek is. Niet omdat christenen beter zijn dan andere mensen, maar omdat Jezus iets doet wat geen mens zelf kan doen.
Het werkt een beetje als een sleutel van een huis. We zouden het vreemd vinden als iedereen zomaar met zijn eigen sleutel jouw huis binnen kon komen. Dan is het ook niet vreemd dat er maar één sleutel is die past op de deur naar God.
Die sleutel heet Jezus.
Niet omdat God mensen buiten wil sluiten, maar omdat Hij juist Zelf de deur heeft geopend.
Een eenvoudig beeld van Gods rechtvaardigheid en genade vind je in het verhaal: De rechter en de dochter.
Versie 1 13-05-2026