Tijdens het evangeliseren stel ik regelmatig aan mensen de vraag of ze denken dat ze in de hemel komen? Dit antwoorden de meeste mensen met een overtuigd ja, of dat ze denken van wel.
Als ik doorvraag waarom ze dit denken is heel vaak het antwoord dat ze goed leven of veel goede dingen doen. Soms hoor je ook:’ik ben toch katholiek!’
Welke reden er ook genoemd wordt, bijna altijd gaat het om iets wat de mens zelf aandraagt. Maar is dat eigenlijk wel de vraag die ertoe doet?
Kent die ander jou wel?
Heel vaak merk ik dat mensen God eigenlijk niet kennen. Daarom voelt het voor mij alsof iemand aanbelt bij een wildvreemde en verwacht binnen te mogen komen omdat hij zelf vindt dat hij een goed en betrouwbaar mens is.
De eerste vraag die dan opkomt is: kent degene die de deur opent jou eigenlijk wel?
Die kans lijkt mij heel klein.
Er zijn voorwaarden
Een eerste voorwaarde om zomaar binnen te kunnen en mogen lopen lijkt mij dat degene die open doet jou kent.
Een tweede voorwaarde is wellicht het doel waarom. Als je iets mist en je belt bij de buren aan om een kopje suiker of zo te lenen wil dat nog niet meteen zeggen dat je binnen gelaten wordt.
Als je echter ergens bent uitgenodigd of een afspraak hebt is het logisch dat je welkom bent.
Zo zien we dat er een voorwaarde en een reden moet zijn om ergens binnen gelaten te worden.
We zien ook dat de voorwaarde buiten jouwzelf ligt: die ander moet jou kennen.
Voor de reden geldt iets dergelijks: er moet bijvoorbeeld een afspraak of een uitnodiging aan vooraf zijn gegaan. Een afspraak met iemand buiten jou maakt dat het niet alleen van jou afhankelijk is, maar ook van die ander.
Omgedraaid
Iedereen begrijpt dat dit in het natuurlijke zo werkt. Toch zijn er heel veel mensen die naar God toe vanuit zichzelf redeneren: ja, maar ik leef toch goed en zelfs; ik heb het gevoel dat ik goed leef. Ineens is het niet meer afhankelijk van diegene bij wie je voor de deur staat, maar van de gene die aanklopt. Als het God betreft lijken de rollen ineens omgedraaid.
Voorwaarden
Net zoals wanneer je in het natuurlijke aanklopt bij iemand zou het dus volkomen terecht zijn als dit bij God niet anders is. De vraag rijst dus of dit dan ook bij God het geval is.
Jezus zegt:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.“(Johannes 14:6).
Maar ook:
“Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden;” (Johannes 10:9)
Maar hoe kunnen we dan gebruik maken van die Weg en die Deur? De Bijbel vertelt ons:
“Ieder die in Hem (Jezus) gelooft, ontvangt vergeving van zonden door Zijn Naam.” (handelingen 10:43)
De Bijbel laat zien dat de toegang tot God niet afhangt van hoe goed wij onszelf vinden, maar van onze relatie met Jezus Christus. Wie zijn vertrouwen op Hem stelt, ontvangt vergeving van zonden en mag bij God binnenkomen.
En net zoals in het natuurlijke iemand een vreemde niet zomaar binnen laat, vinden we ook deze gedachte terug in Mattheüs 7:23. Daar zegt Jezus tegen mensen die dachten erbij te horen:
“Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!“
Misschien is de vraag daarom niet in de eerste plaats: “Ben ik goed genoeg voor de hemel?” De vraag is veel eerder: “Ken ik Jezus – en kent Hij mij?” Want juist daarin ligt volgens de Bijbel het verschil tussen buiten blijven staan en welkom zijn in Gods huis.
Tussenkop 5
Tekstbericht.
Tussenkop 6
Tekstbericht.
Tussenkop 7
Tekstbericht.
Tussenkop 8
Tekstbericht.
Tussenkop 9
Tekstbericht.
Bron vermeldingen
(1)
<Bronvermelding link>
Korte uitleg tekst regel
(2)
<Bronvermelding link>
Korte uitleg tekst regel
(3)
<Bronvermelding link>
Korte uitleg tekst regel
(4)
<Bronvermelding link>
Korte uitleg tekst regel
(5)
<Bronvermelding link>
Korte uitleg tekst regel
Versie 1 09-05-2026