Een man gaat naar de kapper. Terwijl de kapper bezig is, ontstaat er een gesprek over God.
Op een gegeven moment zegt de kapper: “Eerlijk gezegd geloof ik niet dat God bestaat.”
De man vraagt waarom niet. De kapper wijst naar buiten en zegt: “Kijk om je heen. Zoveel pijn, zoveel ellende, zoveel mensen die vastlopen. Als God echt bestond, zou de wereld er toch anders uitzien?”
De man heeft even geen pasklaar antwoord en laat het gesprek verder rusten.
Als hij klaar is en naar buiten loopt, ziet hij verderop iemand met lang, onverzorgd haar, die eruit ziet alsof hij al heel lang niet meer naar een kapper is geweest. Hij loopt terug naar binnen en zegt tegen de kapper: “Volgens mij bestaan kappers niet!”
De kapper kijkt verbaasd op. “Hoezo niet? Ik heb je net geknipt.”
De man wijst naar buiten. “Kijk dan. Als kappers echt bestonden, zou er toch niemand met zulk haar rondlopen?”
De kapper schudt zijn hoofd. “Maar dan moeten mensen wel naar de kapper komen.”
De man knikt. “Precies. En daar zit misschien ook een deel van het probleem tussen God en mensen.”