Een persoonlijk en Bijbels antwoord over genezing
Een intrigerende vraag. Ook een vraag die mij persoonlijk raakt. Zeven jaar geleden heb ik een openhartoperatie moeten ondergaan. De aortaklep moest vervangen worden —een operatie waar ik enorm tegenop zag. Mijn vader had vijftien jaar eerder dezelfde operatie ondergaan en moest een jaar later opnieuw geopereerd worden, omdat een ziekenhuisbacterie de klep was gaan aantasten. Dat bracht ons in een spannende periode, waarin het maar de vraag was wat er eerder zou bezwijken: de klep of de bacterie.
Ook iemand uit onze gemeente, die dezelfde operatie had ondergaan, was een paar jaar na zijn operatie overleden door een sluimerende ziekenhuisbacterie die te laat ontdekt was.
God gaf me een ander antwoord dan ik zocht
Je begrijpt dat ik angst had voor de operatie. Ik heb God ernstig gezocht, in de hoop bij Hem genezing te vinden zodat ik die operatie niet hoefde te ondergaan. In de periode voorafgaand aan de operatie heb ik een enorme innerlijke strijd doorgemaakt, totdat ik op een gegeven moment, dwars door alle gebeden heen, rust begon te ontvangen. Zóveel rust zelfs, dat ik mijn keuze voor een kunststof klep —die niet aangetast kon worden— veranderde in een biologische klep, net als mijn vader en die man uit de gemeente. God gaf me een ander antwoord dan die ik zocht. Maar met dat andere antwoord ook het vertrouwen dat het zo goed is.
Toch nog vragen
Kort gezegd: ik ben niet door God genezen, maar heb de operatie ondergaan. In de Bijbel staat dat door geloof alles mogelijk is. Ook lezen we dat Jezus iedere zieke genas. Dat roept vragen op. Ligt het aan mij? Had ik te weinig geloof? Tegelijk ken ik verhalen van mensen die in deze tijd genezing hebben ontvangen. Waarom ik dan niet?
Gods nabijheid ervaren
Dat neemt niet weg dat God erbij was —heel dichtbij.
Het begon ermee dat ik geen zes weken hoefde te wachten, maar slechts negen dagen. De operatie viel vlak voor de voorjaarsvakantie, waardoor het verloop minimaal was en ik van een cursus uiteindelijk maar één les miste.
Ook hadden mijn schoonzus en haar vriend, die bijna nooit samen thuis waren, juist die dag tijd om mij samen naar het ziekenhuis te brengen. Een vriendin van mijn vrouw, die normaal gesproken op vrijdag (de dag van de operatie) werkte, had ’toevallig’ tijd om bij mijn vrouw te zijn en voor haar te rijden.
Zo volgde het ene ‘toeval’ het andere op, totdat het voor mij duidelijk werd dat er geen sprake van toeval meer kon zijn. Het werd mij zonneklaar dat Gods hand hierin was.
Opnieuw vragen
Door het boek God geneest altijd van Tom de Wal werd ik opnieuw met die geloofsstrijd geconfronteerd. Alleen al de titel bracht mij zó uit balans dat ik het (nog) niet heb kunnen lezen. Tegelijk had ik al bij anderen gezien dat God niet altijd geneest. Dan ga je nadenken: zit hij ernaast, of zit ik ernaast?
Een ander spoor dat ik volgde was dit: als wij genezing zouden kunnen ‘afdwingen’ door ons geloof —oftewel God zouden kunnen dwingen om ons te genezen— hoe verhoudt zich dat dan tot Gods soevereiniteit?
We lezen over koning Hizkia dat hij na zijn ziekte nog vijftien jaar kreeg (2 Koningen 20). Toch zien we daarna dat zijn hart hoogmoedig werd en dat hij verkeerde keuzes maakte. Dat roept de vraag op of extra jaren altijd geestelijk winst betekenen. Zou daarin een reden kunnen liggen waarom sommige mensen niet genezen, maar overlijden?
Eerlijk gezegd zou ik zelf liever vijftien jaar korter leven en door de dood heen opgenomen worden in Gods Koninkrijk, dan langer leven en Hem uiteindelijk kwijtraken.
Hoe dan ook, in mijn eigen leven heb ik ervaren dat lichamelijk niet genezen niet betekent dat God er niet bij is. Sterker nog: juist door het ziekbed heen heb ik God dichterbij ervaren dan ooit tevoren. Lichamelijk misschien niet genezen, maar geestelijk des te meer.
Gods soevereine ingreep
Een paar jaar na de hartoperatie onderging ik een galblaasoperatie. Daarna kon ik niet meteen urineren, waardoor er een katheter geplaatst moest worden. Dit ging gepaard met wat bloeding, met als gevolg een blaasontsteking een week later. Terug in het ziekenhuis werden bloed en urine afgenomen en op kweek gezet, op een donderdag rond 17:00 uur.
De volgende ochtend werd ik badend in het zweet wakker. Omdat ik last had van mijn maagzuur, liet ik de verpleegkundige komen. Toen zij mij zag, mat ze direct mijn temperatuur en hielp ze mij in een schoon shirt —het vorige was letterlijk drijfnat. Mijn temperatuur was nog steeds erg hoog (39,7 °C) en moet daarvoor, gelet op het natte T-shirt, veel hoger zijn geweest. Ze schakelde een arts in, die besloot opnieuw bloed af te nemen voor kweek, rond 05:00 uur.
Lang verhaal kort: een ziekenhuisbacterie, die eigenlijk mijn dood had kunnen betekenen en waar normaal ongeveer zes weken herstel voor nodig is, was in twaalf uur verdwenen. Deze ervaring leerde mij dat God ingrijpt wanneer het echt nodig is.
God werkt altijd iets uit!
In zekere zin kan ik daarom toch met Tom de Wal zeggen: God geneest altijd. Is het niet lichamelijk, dan wel geestelijk.
En wanneer het er echt op aankomt, grijpt Hij in. Het bijzondere is dat ik zelf niet eens wist dat ik in gevaar was. Er was nog niet voor gebeden, en ik kon er ook niet bewust in geloof voor staan. Maar God greep wel in.
En ja, misschien ben ik, misschien ben jij wel tekort geschoten in geloof. Maar ik denk dat God dan iets beters voor jou heeft.
Wat ik daarin heb geleerd, is dit: ook wanneer God niet geneest zoals wij dat verwachten, is Hij wel degelijk aan het werk. Hij laat je niet los, maar werkt iets uit —soms zichtbaar, soms pas achteraf te begrijpen.
Versie 2, 08-06-2026